Recykaars

milieubesparende kaarsen

Home
Assortiment
Kaarsbrandtips
Workshops
Contact

    Kaarsbrandtips op logische volgorde voor het branden van een kaars

    Bekende tips

    Over de plaats van de kaars
  • Zet de kaars op een onbrandbare onderzetter die kaarswas kan opvangen.
  • Zet kaarsen niet in de felle zon, om verkleuren en/of smelten te voorkomen.
  • Zet kaarsen niet te dicht bij elkaar of bij een andere warmtebron.


  • Overig
  • Vermijd tocht.
  • Laat kaarsen niet onbewaakt branden.
  • Tips, die nauwelijks bekend zijn

    Het aansteken van de kaars
  • Knip zonodig een stuk van de lont af, zodat deze niet meer dan één centimeter boven de was uitsteekt (het zogenaamde snuiten).
  • Zorg er bij het aansteken voor, dat eerst kaarswas onder de lont smelt, voordat de lont gaat branden. Want bij het branden van een kaars moet vooral het kaarsvet branden en niet de lont zelf. Het branden van de lont gaat ten koste van de kwaliteit ervan.
  • Waxinelichtjes branden het beste als de lont recht omhoog staat.
  • Andere kaarsen branden het beste als de lont niet rechtop staat, maar gebogen is, zodat het uiteinde net boven het oppervlak van de kaarswas is.


  • Tijdens het branden
  • Als de ene kant van de kaars sneller smelt dan de andere kant, dan is de lont met een lucifer vaak naar de andere kant te duwen, zodat de kaars gelijkmatiger smelt.
  • Als de kaars ritmisch flikkert of roet boven de vlam te zien is, komt dat doordat hij in de tocht staat of omdat de lont te lang is. Als de lont langer is dan één centimeter, doof dan de kaars, knip de lont op de goede lengte en steek hem weer aan.


  • Het doven van de kaars
  • Doof de kaars, door de lont (met bijvoorbeeld een lucifer) even in de was dompelen. U kunt ook de kaars uitblazen en de lont daarna even in de was te dompelen. Door deze manier blijft de kwaliteit van de lont langer goed.
  • Zet de lont vervolgens weer rechtop in het midden van de kaars. Druk eventuele opstaande randen van kaarswas naar binnen.